Waarom lukt het me niet om écht te veranderen?

Waarom lukt het me niet om écht te veranderen?

 

Je herkent het wel; je hebt last van een bepaalde gewoonte, bepaalt gedrag waar je eigenlijk wel vanaf wilt. Denk bijvoorbeeld aan roken of over je grens heen gaan op je werk waardoor je telkens weer te veel stress ervaart, of de gewoonte om je niet uit te spreken als je iets onprettig vindt, terwijl je er wel degelijk baat bij zou hebben om dit wel te doen.

Je herkent de gewoonte, je weet waar het aan ligt, je weet ook wat je moet doen om het te veranderen… en…. Je doet het niet. Ook dit besef je maar al te goed en toch…. 

Je doet het niet.

Persoonlijk heb ik hier ook last van. Ik zou bijvoorbeeld heel graag dagelijks tijd willen besteden aan een meditatieoefening. Ik weet namelijk zeker dat ik mij daar fijner bij zou voelen en dat het mij daardoor beter zou lukken balans te houden in mijn wisselende gevoelsleven.

Ik weet wat ervoor nodig is en toch lukt het mij niet om mij deze gewoonte eigen te maken. Wist je dat het zo’n 12 weken duurt om een nieuwe gewoonte echt eigen te maken tot automatisch gedrag? Dat is te overzien zou je denken en toch is het blijkbaar een grote stap om écht te veranderen. 

 

Waarom is veranderen soms zo lastig?

Allereerst is het goed om te weten dat al onze gewoontes geregeld worden door ons reptielenbrein. Dit deel van ons brein is zo geprogrammeerd dat gedragingen en reflexen automatisch kunnen doorgaan terwijl je ondertussen iets anders doet, de zogenaamde automatische gedragingen. Heel handig als je bijvoorbeeld naar de supermarkt fietst en ondertussen een liedje zingt. Hoe ónhandig zou het zijn als je telkens opnieuw moet uitvinden hoe je moet fietsen?

Gewoontes zitten diep opgeslagen in dit deel van onze hersenen. Met het nadelige gevolg dat je hier niet zo makkelijk bijkomt en dat er veel herhaling nodig is om de gewoonte te veranderen.

Veel van onze automatische gedragingen zijn ontstaan in de kindertijd vanuit de natuurlijke drang om te overleven. Ook hier speelt het reptielenbrein een grote rol. Het reptielenbrein is zeer primitief en reageert direct op enige vorm van gevaar en pijn en zal dit proberen te voorkomen. In onze kindertijd zijn we volledig afhankelijk van onze opvoeders, zodra de verbinding met een opvoeder wordt verbroken beschouwt het reptielenbrein dit als ‘onveilig’ en schakelt de overlevingsmodus in. Zo ontwikkel je in je kindertijd allerlei overlevingspatronen om te zorgen dat je in verbinding blijft met je omgeving.

Vaak zijn het deze gedragspatronen waar je in je volwassen leven last van krijgt en welke je probeert te veranderen. Denk hierbij aan; perfectionisme, te veel aanpassen aan de ander, niet tegen kritiek kunnen, je eigen behoeftes ontkennen, je mening niet uitspreken, jezelf op de achtergrond houden.

Het lastige van deze gedragspatronen is dat ze diep verankerd zitten, dat ze automatisch zijn (soms zelfs reflexmatig) en dat ze gekoppeld zitten aan een negatieve ervaring (je ervaarde als kind grote angst bij het verlies van verbinding met een opvoeder). 

 

Wat gebeurt er als je je gedrag probeert te veranderen?

Bij de wens om gedrag te veranderen loop je er tegenaan dat het moeilijk is om het (onbewuste en geautomatiseerde) gedrag te herkennen en ‘onderscheppen’. 

Én zodra je het patroon wilt doorbreken kom je de oude angst tegen die daaronder zit. Deze pijn schrikt af en weerhoud je om erdoor heen te gaan. Ons reptielenbrein zal dit zien als ‘gevaar’ en zal jouw hele systeem aanzetten om te vechten of vluchten en terug te keren naar je oude gedrag.

 

Hoe vertaalt dit zich naar mijn wens om dagelijks te mediteren?

Het starten met een nieuwe gewoonte als mediteren kost energie en geeft in het begin ongemak. Ik zou tegen kunnen komen dat het mediteren mij niet lukt, dat ik me niet kan concentreren of dat ik mij heel onrustig ga voelen. Wij zijn als mensen zo geprogrammeerd dat we ongemak uit de weg willen gaan; het reptielenbrein trekt de conclusie dat ongemak niet veilig is.

Daarnaast speelt een rol dat we van nature gericht zijn op het besparen van onze energie. Ook dat zorgde vooral vroeger voor een grotere kans om te overleven. Nu weerhoudt dit mechanisme ons er vaak van om iets te gaan doen wat moeite en energie kost.

Én wat meespeelt is de angst om je gevoel van identiteit kwijt te raken. Je bent zo gewend geraakt aan je manier van doen en laten, dat je onbewust bang bent om kwijt te raken wie je bent als je iets verandert aan je gedrag. 

Verlies van identiteit wordt door ons mensen als heel bedreigend ervaren, omdat het je houvast is in een steeds veranderend en oncontroleerbare wereld. 

 

Hoe kun je dan tóch tot een verandering komen?

Welke stappen zijn hierin nodig?

Het idee om te veranderen is snel gemaakt, je ziet het helemaal voor je en je wilt graag van A naar B, maar hoe doe je dat en hoe komt je daar?

Nu je weet dat veranderen een complex proces is, heb je misschien meer begrip voor jezelf en anderen als veranderen niet altijd en direct lukt. Deze milde houding helpt je om de draad weer op te pakken, als je deze bent kwijtgeraakt.

Ook weet je nu dat veranderen ongemak met zich meebrengt en dat veranderen zonder ongemak helaas niet mogelijk is. Dit helpt je om met een realistische verwachting je veranderproces in te gaan.

Naast een milde en realistische grondhouding kunnen de volgende handvatten je helpen:

  • Koppel je wens aan een lange termijn doel en maak concreet wat de verandering je op gaat leveren. Dit beeld is een hulpmiddel om op moeilijke momenten toch te kiezen voor het aangaan van de verandering en het doorbreken van je gewoonte.
  • Spreek met jezelf concrete kleine acties af, waarmee je elke dag aan de slag gaat. Maak het niet te groot want dan kies je er sneller voor om het uit de weg te gaan.
  • Reflecteer regelmatig over je proces, deel dit met jezelf of met iemand anders. Het delen met een ander is vooral krachtig doordat je jezelf uitspreekt en je je keuze zichtbaar maakt. Iets hardop uitspreken is sowieso krachtiger dan het in je eigen gedachtes houden.
  • Blijf oog houden voor kleine groeimomenten. Juist door te zien dat je groeit activeer je het vertrouwen en geloof in jezelf om door te gaan.
  • Besef je dat veranderen en groeien met hele kleine stapjes gaat. Rustig en gestaag beweeg je je richting je gewenste doel. Niet in een rechte lijn, maar grillig en soms onstuimig.
  • Deel je gevoelens die je tegenkomt tijdens het proces van oefenen met nieuw gedrag. Deel dit met iemand die dichtbij je staat en deel sowieso met je naaste omgeving waar je mee bezig bent. Zo creëer je een omgeving waar je begrip en erkenning krijgt, dat genereert weer een gevoel van verbondenheid en veiligheid.
  • Ben niet te streng, ook als het je even niet lukt om door te zetten. Geef jezelf de ruimte en zoek naar een manier om de draad weer op te pakken.
  • Soms is het heel fijn om samen met een coach het eerste deel van het veranderproces op gang te brengen. De eerste periode is de moeilijkste en is vaak het lastigst om alleen voor elkaar te krijgen. Het voordeel van een coach is dat je vaste afspraken hebt staan zodat je in proces blijft. Daarnaast krijg je bij een coach snel inzicht en concrete handvatten om te veranderen op een manier die bij jou past en word je (zonder oordeel) gehoord en gezien in alles wat je tegenkomt.

Verander processen zijn complex, maar als je je eraan overgeeft en door de branding heen gaat, zal je ervaren dat het je vooral veel energie en een gevoel van bevrijding oplevert. Het haalt je los van je oude pijn en oude beknellende patronen en brengt je in contact met jouw kern, je essentie; daar ervaar je vrijheid, kracht en vertrouwen. Vertrouwen om je eigen pad te gaan en steeds meer te groeien in gezondheid, energie, levenslust, creativiteit en daadkracht.